ECLI:NL:CRVB:2018:1568
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding verhuis- en herinrichtingskosten en beperking fysiotherapie Wuv
Appellante, een tweede-generatieslachtoffer onder de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten en een verhoging van het aantal fysiotherapeutische behandelingen vanwege psychosomatische klachten. Verweerder wees de aanvraag voor verhuis- en herinrichtingskosten af omdat deze niet medisch noodzakelijk of medisch-sociaal wenselijk werd geacht. Tevens werd een maximum van 24 fysiotherapiebehandelingen toegekend, waartegen appellante bezwaar maakte.
De Raad oordeelde dat de medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs geen medische noodzaak of wenselijkheid voor verhuizing aantoonden, mede omdat de verhuizing voortkwam uit een langdurig conflict met de huiseigenaar en niet uit ernstige causale psychische klachten. Ook het bezwaar tegen het aantal fysiotherapiebehandelingen werd ongegrond verklaard, omdat geen medische gegevens waren die een hoger aantal behandelingen rechtvaardigden.
De Raad concludeerde dat verweerder het beleid op redelijke gronden heeft toegepast en dat de besluiten in stand kunnen blijven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van verhuis- en herinrichtingskosten en het maximum van 24 fysiotherapiebehandelingen wordt ongegrond verklaard.