ECLI:NL:CRVB:2018:1569
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische noodzaak verhuizing in kader Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om vergoeding van verhuiskosten vanwege psychische klachten. Verweerder wees dit af omdat de psychische klachten niet leidden tot een medische noodzaak tot verhuizing. De Raad baseerde zich op medische adviezen van twee BIG-geregistreerde artsen die concludeerden dat het conflict met de eigenaar van de woning de reden voor verhuizing was, niet de causale psychische klachten.
Appellant voerde aan dat de geneeskundig adviseurs onvoldoende deskundig waren om zijn psychische toestand juist te beoordelen, maar de Raad verwierp dit verweer en bevestigde de deskundigheid van de artsen. Er was geen aanleiding voor nader psychiatrisch onderzoek.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd en dat de verhuizing niet medisch noodzakelijk was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen medische noodzaak voor verhuizing is vastgesteld.