ECLI:NL:CRVB:2018:1720
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante stelde dat zij een beroep op betalingsonmacht had gedaan via Mijn Rechtspraak, maar dit verzoek werd niet in behandeling genomen.
Zij diende vervolgens een verzoek om vrijstelling van het griffierecht in bij brief van 22 februari 2018, maar dit verzoek kwam te laat en werd niet digitaal ingediend. De Raad oordeelde dat appellante in haar verzet geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen.
De Raad benadrukte dat bij een nieuwe procedure een nieuw verzoek om vrijstelling moet worden ingediend en dat het te late verzoek in verzet niet ontvankelijk is. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 juni 2018.
Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en ontbreken van een geldig vrijstellingsverzoek.