ECLI:NL:CRVB:2018:1723

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 juni 2018
Publicatiedatum
12 juni 2018
Zaaknummer
16/3745 ZVW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Appellant deed vervolgens verzet tegen deze beslissing en voerde aan dat hij het griffierecht niet had betaald vanwege ziekte en ziekenhuisopname. Tijdens de zitting erkende appellant echter dat hij gedurende de termijn van vier weken niet volledig verhinderd was om het griffierecht te voldoen.

De Raad oordeelde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 juni 2018.

Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende feiten om het verzuim te rechtvaardigen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 12 juni 2018
16/3745 ZVW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 april 2016, 15/4993 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)

CAK

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 27 september 2017 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 1 mei 2018, waar appellant is verschenen. CAK heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 27 september 2017 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 18 juli 2016 gestelde termijn is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Ter zitting heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht niet heeft betaald aangezien hij ziek is geweest en in het ziekenhuis was opgenomen.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Appellant heeft twee keer een termijn van vier weken gehad om het griffierecht te voldoen. Niet is gebleken dat appellant deze gehele periode buiten staat is geweest het griffierecht te voldoen. Appellant heeft dit ter zitting ook erkend.
Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) N.L. Kuipers

IJ