ECLI:NL:CRVB:2018:1723
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Appellant deed vervolgens verzet tegen deze beslissing en voerde aan dat hij het griffierecht niet had betaald vanwege ziekte en ziekenhuisopname. Tijdens de zitting erkende appellant echter dat hij gedurende de termijn van vier weken niet volledig verhinderd was om het griffierecht te voldoen.
De Raad oordeelde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 juni 2018.
Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende feiten om het verzuim te rechtvaardigen.