ECLI:NL:CRVB:2018:1724
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-tijdige indiening gronden hoger beroep in WIA-uitspraak
De zaak betreft een verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een WIA-uitkering.
De Raad heeft vastgesteld dat de gronden van het hoger beroep en de schriftelijke machtiging niet binnen de gestelde termijn waren ingediend. Hoewel appellante stelde dat de verzending per fax op de laatste dag van de termijn plaatsvond, bleek uit het faxjournaal dat ontvangst pas na afloop van de termijn was. Een eerdere tijdige verzending kon niet worden aangetoond.
Appellante voerde aan dat de niet-ontvankelijkverklaring achterwege had moeten blijven vanwege de formulering in de brieven van de Raad, maar dit werd verworpen omdat de formulering duidelijk maakte dat niet-nakoming van de termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid.
Ook een beroep op artikel 11 van Pro de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges slaagde niet, omdat de tekst in de brieven geen misverstand kon veroorzaken over de gevolgen van het niet voldoen aan de termijn.
De Raad concludeerde dat het verzet ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van gronden hoger beroep en schriftelijke machtiging.