Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 124,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Hiertegen heeft appellante verzet gedaan, stellende dat zij de betalingsverzoeken door slechte postbezorging op Kaapverdië pas begin 2018 ontving.
De Raad heeft het verzet behandeld zonder aanwezigheid van partijen en oordeelt dat appellante onvoldoende feiten of omstandigheden heeft aangevoerd om te concluderen dat zij niet in verzuim was. De Raad wijst erop dat de eerste betaaltermijn van vier weken duidelijk was en dat een aangetekend rappel op 1 augustus 2017 is verzonden. Appellante betaalde het griffierecht pas op 8 september 2017, buiten de gestelde termijn.
De stelling dat zij de brieven pas begin 2018 ontving, acht de Raad ongeloofwaardig. Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard. Wel wordt het te laat betaalde griffierecht van €124,- terugbetaald aan appellante. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.