ECLI:NL:CRVB:2018:174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in zaak Ziektewet en WIA
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV waarin zijn bezwaren tegen het weigeren van een Ziektewetuitkering en het beëindigen van vrijwillige verzekeringen werden afgewezen. De rechtbank had deze besluiten vernietigd en het UWV opgedragen nieuwe besluiten te nemen.
Verzoeker vroeg vervolgens een voorlopige voorziening bij de Centrale Raad van Beroep, stellende dat hij inmiddels enig inkomen heeft in de vorm van een lening op basis van de Participatiewet. Het UWV stelde dat nog geen ziekengeld was uitgekeerd en dat eerst een verzekeringsgeneeskundig onderzoek moest plaatsvinden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet bedoeld is om de hoofdzaak te bespoedigen en dat verzoeker onvoldoende spoedeisendheid had onderbouwd. Omdat verzoeker niet verscheen ter zitting en het spoedeisend belang ontbrak, werd het verzoek afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in aanwezigheid van griffier M.A.A. Traousis, op 3 januari 2018.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.