ECLI:NL:CRVB:2018:1818
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet van appellant tegen de eerdere beslissing waarbij zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Appellant stelde dat hij het griffierecht binnen de gestelde termijn had voldaan en verzocht om gelegenheid om nadere gronden in te dienen.
De Raad oordeelde dat appellant in het verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden aantonen dat hij niet in verzuim was geweest. De financiële administratie van de Raad toonde geen bewijs van betaling door of namens appellant. Bovendien had appellant tot tien dagen voor de zitting de mogelijkheid om bewijsstukken te overleggen, maar heeft hij dit nagelaten.
Gelet op deze omstandigheden werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd mondeling gedaan op 7 juni 2018 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van bewijs van betaling van het griffierecht.