ECLI:NL:CRVB:2018:1853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing derde Wajong-aanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant diende op 1 mei 2014 een derde aanvraag in voor een Wajong-uitkering nadat eerdere aanvragen in 2009 en 2011 waren afgewezen. Het UWV weigerde terug te komen op het besluit van 4 februari 2011, omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad benoemde een deskundige om de medische toestand van appellant te onderzoeken, maar appellant gaf geen gehoor aan uitnodigingen voor een onderhoud en verscheen niet op de zitting. Hierdoor maakte de Raad de gevolgtrekkingen die hem geraden voorkwamen en baseerde het oordeel op de beschikbare medische gegevens.
De Raad overwoog dat de beperkingen voortvloeiend uit de diagnoses ADHD en PTSS reeds bekend waren bij het UWV en dat appellant geen nieuwe feiten had aangedragen die een herziening rechtvaardigen. Ook het verzoek om herziening voor de toekomst werd afgewezen omdat geen toegenomen klachten waren aangetoond.
De Raad bevestigde dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd heeft gehandeld en dat het besluit niet evident onredelijk is. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de derde Wajong-aanvraag wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.