ECLI:NL:CRVB:2018:1940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet wonen op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand vanaf september 2012 en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Het college trok de bijstand met ingang van september 2015 in wegens het niet reageren op verzoeken om inkomensgegevens. Na een onderzoek naar de woonsituatie, waarbij onder meer meterstanden en afvalinzameling werden onderzocht, concludeerde het college dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde in de periode januari tot september 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, onder verwijzing naar het geringe verbruik van gas, water en elektra, het aantal vuilcontainerledigingen en verklaringen van buurtbewoners. Appellant voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan, maar de Raad vond deze onvoldoende gemotiveerd en bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De verklaring van appellant dat hij weinig thuis was, strookte niet met eerdere verklaringen. Ook het argument dat appellant niet goed voor zichzelf kon zorgen, bood geen verklaring voor de onderzoeksbevindingen. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking van bijstand wordt bevestigd.