ECLI:NL:CRVB:2018:1974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit eigen bedrijf
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en kreeg toestemming om een eigen bedrijf te starten. Zij meldde echter geen inkomsten uit deze onderneming aan het college, wat leidde tot een onderzoek en herziening van de bijstand over 2014. Het college besloot de te veel ontvangen bijstand terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en ook in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat appellante haar meldingsplicht had geschonden. Het feit dat het college op de hoogte was van de bedrijfsactiviteiten ontslaat appellante niet van haar verplichting inkomsten te melden. Ook het gebruik van een voorlopige balans door het college was niet onrechtmatig, aangezien de definitieve balans geen andere uitkomst gaf.
De Raad verwierp verder de stelling dat het college het zorgvuldigheids-, motiverings- en rechtszekerheidsbeginsel had geschonden. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd, zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €2.901,37 bijstand bevestigd.