ECLI:NL:CRVB:2018:20
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek UWV
Appellante was administratief/receptiemedewerkster en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij geschikt was voor haar eigen werk en beëindigde het recht op ziekengeld per 17 juni 2015. Appellante maakte bezwaar en stelde zich op het standpunt dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en vroeg om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV de gronden gemotiveerd had weerlegd en het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde vast dat de verzekeringsartsen een gedegen dossierstudie hadden gedaan, appellante hadden onderzocht en relevante medische informatie hadden betrokken.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank, omdat appellante geen nieuwe medische gegevens had aangeleverd die tot een ander oordeel konden leiden. Ook was de arbeidsdeskundige van mening dat appellante geschikt was voor haar maatgevende arbeid. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan noodzakelijke twijfel over de juistheid van het medisch onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.