ECLI:NL:CRVB:2018:2040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping studiefinancieringsbesluit wegens onbevoegde controleur en ontoelaatbaar bewijs
Appellante ontving vanaf 2012 studiefinanciering als uitwonende studente. De minister herzag dit besluit na een onderzoek naar haar woonsituatie, uitgevoerd door twee controleurs, waarvan één payroller. Op basis van dit onderzoek werd appellante vanaf 2012 als thuiswonende aangemerkt en werd een bedrag van €6.523,47 teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat zij wel degelijk op het geregistreerde adres woonde. De minister voerde aan dat het onderzoek rechtmatig was, ook al was één controleur payroller, omdat payrollers onder het aanwijzingsbesluit zouden vallen.
De Raad oordeelde dat het toezicht een overheidstaak is en dat het inschakelen van payrollers niet aanvaardbaar is. Omdat het onderzoek mede door een onbevoegde controleur was verricht, was het bewijs ontoelaatbaar. Hierdoor ontbrak een voldoende feitelijke grondslag voor het besluit van de minister, dat daarom niet deugdelijk gemotiveerd was. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het eerdere besluit van 22 mei 2015, en veroordeelde de minister in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van studiefinanciering wordt vernietigd vanwege ontoelaatbaar bewijs en gebrek aan deugdelijke motivering.