ECLI:NL:CRVB:2018:2049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit executoriaal derdenbeslag op AOW-pensioen en afwijzing schadevergoeding
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarbij een executoriaal derdenbeslag werd gelegd op zijn AOW-pensioen. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard en het beroep tegen het terugstortingsbesluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Tevens wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af omdat er geen sprake was van een onrechtmatig besluit.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen dat het beslag onterecht was gelegd en dat hij recht had op schadevergoeding. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat deze gronden reeds door de rechtbank waren beoordeeld en dat er geen nieuwe feiten of argumenten waren die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Ook was er geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Hiermee kwam een einde aan het geschil over het beslag op het AOW-pensioen en de eventuele vergoeding van schade.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.