Appellant ontving bijstand en kreeg deze ingetrokken wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht. Het college vorderde teveel ontvangen bijstand terug en verhoogde later de vordering met belastingen en premies. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde het bezwaar tegen de intrekking en terugvordering niet-ontvankelijk omdat appellant niet tijdig bezwaar zou hebben gemaakt.
Appellant betwistte de ontvangst van de besluiten van 10 april 2015 en 2 juni 2015 en stelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat deze besluiten aan het uitkeringsadres waren verzonden. De Raad oordeelde dat het college niet voldeed aan zijn bekendmakingsverplichting omdat geen deugdelijke verzendadministratie was overlegd. Hierdoor was het bezwaar tijdig ingediend en had het college ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en droeg het college op een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed.