ECLI:NL:CRVB:2018:2109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand wegens voldoende draagkracht
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van rechtsbijstand in vier procedures, maar het college wees de aanvraag af omdat haar inkomsten in de relevante periode voldoende waren om deze kosten te dekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college terecht rekening hield met studiefinanciering en een voorschot letselschade bij de draagkrachtberekening. Appellante stelde in hoger beroep dat het inkomen onjuist was berekend en dat bepaalde bedragen niet als inkomen meegeteld mochten worden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante haar stellingen onvoldoende onderbouwde met bewijsstukken en dat de rechtbank gemotiveerd en juist had geoordeeld. Ook het argument dat de draagkrachtberekening over twaalf maanden had moeten plaatsvinden, faalde omdat appellante niet alle gevraagde gegevens had verstrekt. Het college kon daarom op basis van de beschikbare gegevens terecht concluderen dat appellante voldoende middelen had.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.T.H. Zimmerman, in aanwezigheid van griffier S.A. de Graaff.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college terecht het inkomen heeft betrokken bij de draagkrachtberekening en wijst het hoger beroep af.