ECLI:NL:CRVB:2018:2350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage AWBZ 2012 ondanks betwisting verblijf buiten woonzorgcentrum
Appellante was voor het gehele jaar 2012 een eigen bijdrage verschuldigd op grond van de AWBZ en het Bijdragebesluit zorg. CAK had de bijdrage vastgesteld op basis van definitieve inkomensgegevens van de Belastingdienst. Appellante stelde dat zij enkele maanden in 2012 zelfstandig heeft gewoond en dat zij onterecht de eigen bijdrage voor die maanden heeft betaald.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd dat zij daadwerkelijk buiten het woonzorgcentrum verbleef, mede omdat zij haar kamer niet had opgezegd en CAK informatie had dat zij niet was verhuisd. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij een huurovereenkomst had, een bijstandsuitkering ontving en ingeschreven stond op een ander adres, maar de Raad achtte deze omstandigheden onvoldoende om het standpunt te ondersteunen.
De Raad overwoog ook dat het tijdsverloop tussen het jaar 2012 en de definitieve vaststelling in 2015 geen rechtsverwerking oplevert, omdat CAK afhankelijk was van inkomensgegevens die pas in 2015 beschikbaar kwamen. De eigen bijdrage werd terecht vastgesteld op €153,10 per maand voor 2012. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De eigen bijdrage AWBZ 2012 is terecht vastgesteld en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.