ECLI:NL:CRVB:2018:2358

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 juli 2018
Publicatiedatum
1 augustus 2018
Zaaknummer
17/7313 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet WIA
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wekelijkse betaling van IVA-uitkering met terugwerkende kracht

Appellante verzocht het UWV om haar IVA-uitkering op grond van de Wet WIA met terugwerkende kracht vanaf 2011 per week uit te betalen. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen op basis van artikel 67, eerste lid, van de Wet WIA, dat een maandelijkse betaling voorschrijft.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep geen nieuwe gronden aan, maar herhaalde haar eerdere standpunten. Het UWV verzocht bevestiging van het vonnis van de rechtbank.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en oordeelde dat de wettelijke bepaling dwingendrechtelijk is, waardoor het UWV gehouden is de uitkering per kalendermaand te betalen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het verzoek tot wekelijkse betaling van de IVA-uitkering met terugwerkende kracht wordt afgewezen en de maandelijkse betaling blijft gehandhaafd.

Uitspraak

17.7313 WIA

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
4 oktober 2017, 17/4842 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] , zonder vaste woon- of verblijfplaats (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 26 juli 2018
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Appellante heeft nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juli 2018. Appellante is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.P. Veldman.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante heeft het Uwv zowel telefonisch als schriftelijk verzocht haar IVA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met terugwerkende kracht vanaf 2011 per week uit te betalen. Bij besluit van 7 maart 2017 heeft het Uwv het verzoek van appellante, onder verwijzing naar artikel 67, eerste lid, van de Wet WIA, afgewezen.
1.2.
Bij besluit van 8 augustus 2017 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 7 maart 2017 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
3.1.
Appellante heeft in hoger beroep in essentie gelijke gronden als in bezwaar en beroep aangevoerd.
3.2.
Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat artikel 67, eerste lid, van de WIA een dwingendrechtelijke bepaling is en dat het Uwv gehouden is de uitkering per kalendermaand betaalbaar te stellen. De overwegingen en conclusies van de aangevallen uitspraak worden geheel onderschreven. Appellante heeft niets aangevoerd wat zou meebrengen dat het oordeel van de rechtbank niet juist is.
4.2.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2018.
(getekend) M. Greebe
(getekend) H. Achtot
ew