ECLI:NL:CRVB:2018:2367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA- en Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, voormalig verkoopster, meldde zich ziek wegens zwangerschapsgerelateerde lichamelijke en later psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees haar WIA-uitkering af. Ook werd haar het recht op Ziektewetuitkering ontzegd omdat zij geschikt werd geacht voor alternatieve functies. De rechtbanken verklaarden haar beroepen ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten onvoldoende waren meegewogen, met name haar paniekaanvallen en agorafobie. De Raad benoemde een psychiater als deskundige die een uitgebreid onderzoek verrichtte, inclusief beoordeling van medische gegevens en gesprekken met appellante. De deskundige concludeerde dat er geen relevante psychiatrische afwijkingen waren en dat de klachten mogelijk symptomatisch werden overdreven.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld. De Raad onderschreef het oordeel dat appellante geschikt was voor bepaalde functies, waardoor geen recht op WIA- of Ziektewetuitkering bestond. De hoger beroepen werden verworpen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WIA- en Ziektewetuitkeringen aan appellante na zorgvuldig medisch onderzoek.