ECLI:NL:CRVB:2018:2379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid woonadres en schending medewerkingsplicht
Appellant ontving eerder bijstand en diende meerdere aanvragen in die werden afgewezen omdat hij niet aannemelijk maakte dat hij woonde op het opgegeven adres. Na een onderzoek door een handhavingsspecialist waarbij appellant weigerde medewerking te verlenen, besloot het college de aanvraag af te wijzen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn situatie was gewijzigd en dat hij de medewerkingsplicht had geschonden.
In hoger beroep betwistte appellant dat hij tijdens het gesprek geen medewerking verleende en stelde dat er nieuwe feiten waren die niet in een gespreksverslag waren opgenomen. De Raad concludeerde dat het rapport van de handhavingsspecialist betrouwbaar is en dat geen onzorgvuldige of onrechtmatige besluitvorming heeft plaatsgevonden. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.