ECLI:NL:CRVB:2018:2380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijkheid woonadres en ontoegankelijke woning
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf daarbij een woonadres op. Tijdens het intakegesprek gaf hij aan alleenstaand en rolstoelafhankelijk te zijn door ernstige medische beperkingen. Het college voerde een onderzoek uit naar zijn feitelijke woon- en leefsituatie, waaronder huisbezoeken, en concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde.
De Raad overwoog dat appellant tijdens het huisbezoek wel aanwezig was, maar dat de woning slecht toegankelijk was en niet aangepast aan zijn beperkingen. Diverse bevindingen, zoals het ontbreken van een functionerende koelkast en de aanwezigheid van kleding die niet bij appellant paste, versterkten de twijfel over zijn woonadres. Appellant kon bovendien met veel moeite handelingen verrichten die voor hem moeilijk zouden moeten zijn.
Appellant stelde dat hij ernstige gezondheidsklachten heeft en onvoldoende hulp ontvangt, en dat het college meer onderzoek had moeten doen. De Raad oordeelde echter dat het college met het huisbezoek voldoende onderzoek had verricht en dat het op de aanvrager rustte om duidelijkheid te verschaffen over zijn woonsituatie. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.