ECLI:NL:CRVB:2018:24
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding bij AOR-uitkering
Appellante diende in maart 2016 een aanvraag in voor toekenning op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Bij besluit van 14 september 2016 werd zij erkend als oorlogsslachtoffer met een invaliditeitsuitkering en aanspraak op medische zorg. Tegen dit besluit diende zij een bezwaarschrift in dat echter te laat werd ontvangen, namelijk op 25 november 2016, terwijl de bezwaartermijn zes weken bedroeg en eindigde op 26 oktober 2016.
Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding omdat appellante geen geldige redenen voor de late indiening had aangevoerd, ondanks meerdere verzoeken daartoe. Appellante gaf ter zitting aan dat overspannenheid haar verhinderde het bezwaar tijdig in te dienen, maar dit werd niet als voldoende reden erkend.
De Raad oordeelde dat de bezwaartermijn ruimschoots was overschreden en dat geen gronden aanwezig waren om de niet-ontvankelijkverklaring achterwege te laten op grond van artikel 6:11 Awb Pro. Daarom bleef het bestreden besluit van niet-ontvankelijkverklaring in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend zonder geldige reden.