ECLI:NL:CRVB:2018:2404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant diende op 16 oktober 2015 een aanvraag voor bijstand in bij de gemeente Rotterdam, waarbij hij aangaf op een adres te wonen waar hij echter slechts sporadisch verbleef. Tijdens een gesprek gaf appellant aan op meerdere adressen te verblijven en weigerde hij medewerking aan een direct huisbezoek, omdat zijn tante eerst toestemming moest geven.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde de bijstand op grond van gerede twijfel over de juistheid van de opgegeven woon- en leefsituatie en het weigeren van medewerking aan het huisbezoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er sprake was van een redelijke grond voor het huisbezoek vanwege de uiteenlopende verblijfsadressen en bankafschriften die de twijfel bevestigden. Het belang van het college om direct te kunnen controleren woog zwaarder dan het bezwaar van appellant. Omdat appellant geen toestemming gaf voor het huisbezoek, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege weigering medewerking huisbezoek ondanks redelijke grond voor het bezoek.