ECLI:NL:CRVB:2018:2446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig stoffeerder, heeft na ziekte en een periode van werkloosheid een aanvraag voor een WIA-uitkering ingediend. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, mede op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. Appellant voerde bezwaar aan met het argument dat zijn klachten, met name door suikerziekte en nek- en armklachten, waren onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische gegevens en beperkingen adequaat waren betrokken. In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat er geen objectieve gegevens waren die aanleiding gaven tot twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid.
Ook de arbeidsdeskundige had de belastende factoren van de functies voldoende toegelicht. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het verzoek om een deskundige af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.