ECLI:NL:CRVB:2018:2478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan.
Appellant voerde in verzet aan dat hij door detentie en persoonlijke omstandigheden geen toegang had tot zijn post en daardoor niet tijdig kon betalen of een beroep op betalingsonmacht kon doen. De post werd bezorgd bij zijn moeder die medische problemen had en de taal niet goed machtig was, en appellant was na detentie dakloos.
De Raad oordeelde echter dat appellant na zijn detentie nog voldoende tijd had om het griffierecht te voldoen of om vrijstelling te verzoeken. Het niet ontvangen van de nota lag in de risicosfeer van appellant. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.