ECLI:NL:CRVB:2018:2480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding in WIA-zaken afgewezen
De zaak betreft een verzetprocedure tegen de niet-ontvankelijkverklaring van een hoger beroep in een WIA-uitkeringszaak. Het hoger beroep was niet tijdig ingediend, waardoor de Raad het niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens diende appellant via een gemachtigde een verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad stelde vast dat het verzetschrift te laat was ingediend; hoewel gedateerd op 19 oktober 2017, werd het pas op 6 november 2017 ontvangen, terwijl de uiterste termijn 20 oktober 2017 was. De gemachtigde voerde aan dat medische redenen de vertraging veroorzaakten, maar deze stelling werd niet ondersteund met bewijsstukken.
Daarom oordeelde de Raad dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het verzet niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema, in aanwezigheid van griffier N.L. Kuipers, op 9 augustus 2018.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en niet-verschoonbare termijnoverschrijding.