ECLI:NL:CRVB:2018:2480

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 augustus 2018
Publicatiedatum
9 augustus 2018
Zaaknummer
17/3721 WIA-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding in WIA-zaken afgewezen

De zaak betreft een verzetprocedure tegen de niet-ontvankelijkverklaring van een hoger beroep in een WIA-uitkeringszaak. Het hoger beroep was niet tijdig ingediend, waardoor de Raad het niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens diende appellant via een gemachtigde een verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De Raad stelde vast dat het verzetschrift te laat was ingediend; hoewel gedateerd op 19 oktober 2017, werd het pas op 6 november 2017 ontvangen, terwijl de uiterste termijn 20 oktober 2017 was. De gemachtigde voerde aan dat medische redenen de vertraging veroorzaakten, maar deze stelling werd niet ondersteund met bewijsstukken.

Daarom oordeelde de Raad dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het verzet niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema, in aanwezigheid van griffier N.L. Kuipers, op 9 augustus 2018.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

Datum uitspraak: 9 augustus 2018
17/3721 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 28 maart 2017, 15/5250 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Aan het geding heeft deelgenomen:
[BV] te [gemeente]

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 8 september 2017 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellant heeft mevrouw [naam] verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 7 juni 2018, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 8 september 2017 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 20 oktober 2017. Het namens appellant ingediende verzetschrift is gedateerd 19 oktober 2017, is op
3 november 2017 per aangetekende post verzonden en is op 6 november 2017 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.
In verzet heeft de gemachtigde van appellant aangevoerd dat het wegens ernstige gezondheidsredenen niet mogelijk was eerder te reageren.
De Raad ziet in het door de gemachtigde van appellant aangevoerde geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De stelling dat (de gemachtigde van) appellant op grond van medische redenen niet in staat was om tijdig een verzetschrift in te dienen, is niet met bewijsstukken onderbouwd.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
De griffier is verhinderd te ondertekenen.

RH