ECLI:NL:CRVB:2018:2493
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geen medische noodzaak voor uitbreiding huishoudelijke hulp op grond van Wubo
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer en houder van aanspraken op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), verzocht om uitbreiding van de vergoeding voor huishoudelijke hulp van één naar twee dagdelen per week. Dit verzoek werd door de Sociale verzekeringsbank afgewezen vanwege het ontbreken van een medische noodzaak.
De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep van appellant beoordeeld aan de hand van medisch advies en het toepasselijke beleidskader. De geneeskundig adviseurs concludeerden dat appellant weliswaar gezondheidsklachten heeft, maar nog in staat is lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten, zoals helpen bij de afwas en het opvouwen van wasgoed.
Daarnaast overwoog de Raad dat de slechte gezondheid van de partner van appellant buiten het beoordelingskader van de Wubo valt, aangezien de Wubo geen compensatie biedt voor de gevolgen van de ziekte van een niet Wubo-erkende partner. Gezien deze omstandigheden wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van één dagdeel huishoudelijke hulp blijft gehandhaafd.