ECLI:NL:CRVB:2018:2633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond verklaard wegens bijzondere bijstand voor griffierecht
Appellant had een verzoek om vrijstelling van het griffierecht ingediend dat werd afgewezen. Vervolgens betaalde hij het griffierecht niet binnen de gestelde termijn, waardoor de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde. In verzet bleek dat appellant bijzondere bijstand had aangevraagd bij de gemeente Apeldoorn voor de kosten van het griffierecht. Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn honoreerde deze aanvraag en maakte het bedrag over op het rekeningnummer van het Landelijk Deskundigen Centrum Rechtsbijstand (LDCR). Hierdoor ontving de Raad het griffierecht alsnog.
Onder deze omstandigheden oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat appellant niet in verzuim was geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht. Het verzet werd daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraak van 9 mei 2018 verviel en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werd geen veroordeling in de proceskosten van het verzet uitgesproken.
De uitspraak werd gedaan door rechter H.C.P. Venema, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, op 23 augustus 2018.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring wordt opgeheven.