ECLI:NL:CRVB:2018:2644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid als planner thuiszorg bevestigd
Appellante was werkzaam als planner thuiszorg en ontving sinds november 2013 afwisselend ziekengeld en een WAZO-uitkering. Na beëindiging van de WAZO-uitkering meldde zij zich ziek met rug- en handklachten. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek vast dat zij geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en beëindigde de Ziektewetuitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen aanleiding bestond tot het opvragen van aanvullende medische informatie. Appellante voerde in hoger beroep aan dat sprake was van een complexe, progressieve medische situatie en dat het UWV aanvullende informatie had moeten opvragen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht uitging van het werk als planner thuiszorg als 'zijn arbeid'. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank dat de medische beoordeling zorgvuldig was, dat de meest recente medische informatie was betrokken en dat appellante geen nieuwe medische gegevens had ingebracht. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij arbeidsgeschikt is voor haar werk als planner thuiszorg.