Uitspraak
17.1915 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en vroeg bijzondere bijstand aan voor de eerste huur en woninginrichting in verband met verhuizing van een kamer naar een appartement. Het bestuur wees deze aanvragen af omdat de verhuizing niet noodzakelijk was en het bezwaar tegen de eerste afwijzing niet tijdig was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat de bezwaartermijn van zes weken was overschreden zonder verschoonbare omstandigheden en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die de kosten voor woninginrichting rechtvaardigden.
De politieaangifte van bedreiging door een kamerbewoner was onvoldoende om een dringende noodzaak tot verhuizing aan te tonen, temeer daar de situatie na politie-ingrijpen was genormaliseerd. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.