ECLI:NL:CRVB:2018:2870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet melden geld waardeerbare werkzaamheden als kickbokser
Appellant ontvangt sinds 2013 bijstand en werd onderzocht nadat melding kwam dat hij mogelijk zwarte inkomsten had als professioneel kickbokser. Uit onderzoek bleek dat appellant deelnam aan kickbokstoernooien en in China een wedstrijd vocht. Hij verklaarde aanvankelijk niet te hebben gebokst na juni 2014, maar dit werd weersproken door eerdere verklaringen en onderzoek.
Het college trok de bijstand over juni 2014 en april-mei 2015 in wegens het niet melden van deze werkzaamheden, wat een schending van de inlichtingenverplichting oplevert. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij geen inkomsten had of dat hij recht op bijstand had als hij wel had gemeld. Ook het argument dat het gala slechts een avond duurde en hij geen inkomsten had, faalde omdat het recht op bijstand per maand wordt vastgesteld en hij geen verifieerbare bewijsstukken overlegd heeft.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden als verzorger en deelnemer aan kickboksgala's op geld waardeerbare werkzaamheden zijn en dat het niet melden daarvan de intrekking rechtvaardigt. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet melden van geld waardeerbare werkzaamheden als kickbokser wordt bevestigd.