ECLI:NL:CRVB:2018:2874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaald AOW-pensioen wegens samenwoning
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag het AOW-pensioen van appellant per 1 januari 2003 naar het samenwonenden-niveau vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding. Dit herzieningsbesluit van 18 november 2013 werd onherroepelijk nadat bezwaar en beroep niet ontvankelijk werden verklaard.
Vervolgens vorderde de Svb een bedrag van €42.090,48 terug dat te veel was betaald over de periode januari 2003 tot oktober 2013. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de herziening ongedaan moest worden gemaakt en dat de terugvordering onevenredig was vanwege zijn hoge leeftijd. Tevens werd een beroep gedaan op het EHRM-arrest Moskal. De Raad oordeelde dat het herzieningsbesluit rechtens onaantastbaar is en dat appellant geen inzicht gaf in zijn financiële situatie om dringende redenen voor afzien van terugvordering aan te tonen.
Het beroep op artikel 14 EVRM Pro werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde en het beroep op Moskal faalde omdat de omstandigheden wezenlijk verschilden. Het hoger beroep werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel betaald AOW-pensioen blijft in stand.