Uitspraak
17.8106 ANW-PV
BESLISSING
12 februari 2016 ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) ingediend, die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) op 12 februari 2016 is afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard bij besluit van 17 juni 2016. De rechtbank Amsterdam heeft het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet verschoonbare termijnoverschrijding.
In hoger beroep staat centraal of deze niet-ontvankelijkverklaring terecht is. Uit de stukken blijkt dat appellante het bestreden besluit uiterlijk op 2 augustus 2016 heeft ontvangen, waardoor de beroepstermijn van zes weken op 13 september 2016 is verstreken. Het beroepschrift is echter pas op 24 oktober 2016 door de rechtbank ontvangen, wat te laat is.
Appellante voerde aan dat zij analfabeet is, beslissingen uit het buitenland vaak met vertraging ontvangt en tijd nodig heeft voor vertaling via de Nederlandse ambassade. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze omstandigheden geen reden vormen om het verzuim te verontschuldigen. Daarom blijft het beroep niet-ontvankelijk en wordt geen inhoudelijke beoordeling gegeven. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de ANW-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder geldige reden.