ECLI:NL:CRVB:2018:2958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bijstandsaanvraag buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig aanleveren documenten
Appellant diende op 14 april 2016 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college verzocht appellant om zich te legitimeren en aanvullende documenten te verstrekken binnen gestelde termijnen. Hoewel appellant zich op 3 mei 2016 op kantoor legitimeerde, heeft hij de gevraagde aanvullende documenten niet tijdig ingeleverd.
Het college stelde de aanvraag bij besluit van 17 mei 2016 buiten behandeling vanwege het niet volledig verstrekken van de gevraagde informatie. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde aan dat hij de documenten wel tijdig had opgestuurd en dat hij mocht vertrouwen op de ontvangstbevestiging van het college.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de documenten tijdig heeft ingediend. De ontvangstbevestiging van het college zag naar het oordeel van de Raad alleen op de legitimatie die appellant op kantoor toonde, en niet op de aanvullende gevraagde stukken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is buiten behandeling gesteld omdat appellant de gevraagde documenten niet tijdig heeft ingeleverd.