ECLI:NL:CRVB:2018:2962
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te laat betalen griffierecht afgewezen
De appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Vervolgens heeft appellant verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Centrale Raad van Beroep heeft ambtshalve de ontvankelijkheid van het verzet onderzocht. Het verzetschrift was gedateerd op 20 april 2018, maar werd pas op 16 mei 2018 ontvangen, terwijl de uiterste datum voor indiening 2 mei 2018 was. Hiermee was het verzet te laat ingediend.
Appellant voerde aan dat een andere persoon met dezelfde achternaam zijn post ontving en brieven voor hem weggooide, maar heeft geen voldoende feiten of omstandigheden aangevoerd om te bewijzen dat hij niet in verzuim was. De Raad concludeerde dat het verzet niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Het te laat betaalde griffierecht werd terugbetaald en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.