Uitspraak
18.490 MAW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een militair, diende een aanvraag in voor het samenwonen met zijn partner op een defensielocatie. De staatssecretaris nam niet tijdig een besluit op deze aanvraag, waarop betrokkene een ingebrekestelling per e-mail verzond. De staatssecretaris stelde dat deze elektronische ingebrekestelling niet geldig was omdat de elektronische weg niet openstond voor ingebrekestellingen.
De rechtbank stelde betrokkene in het gelijk en legde een dwangsom op aan de staatssecretaris. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat betrokkene redelijkerwijs mocht aannemen dat de elektronische weg openstond, mede omdat het Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie (DCIOD) via e-mail rechtstreeks contact had onderhouden zonder voorbehoud.
Verder concludeerde de Raad dat de staatssecretaris in strijd met de Awb niet tijdig heeft meegedeeld dat de elektronische weg niet openstond voor ingebrekestellingen. Dit leidde tot de bevestiging van de dwangsom en de veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de staatssecretaris een dwangsom verschuldigd is wegens het niet tijdig beslissen en veroordeelt hem in de proceskosten.