ECLI:NL:CRVB:2018:2977
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij bijstandsbesluit
Appellant maakte bezwaar tegen vier besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam betreffende opschorting, intrekking van bijstand en een waarschuwing. Het college verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat met een later besluit van 20 april 2017 volledig tegemoet was gekomen aan de bezwaren. Hierdoor had appellant geen belang meer bij de behandeling van zijn bezwaarschriften.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij over december 2016 geen bijstand had ontvangen en dat het college ten onrechte bepaalde gegevens had gevraagd. Tevens stelde hij dat het Plan van aanpak van september 2016 herzien moest worden. Deze gronden werden echter als herhaling van eerdere argumenten gezien en boden geen aanleiding het procesbelang alsnog aan te nemen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de besluiten tot opschorting, intrekking en waarschuwing waren ingetrokken. Verdere aangevoerde gronden vielen buiten de reikwijdte van het geding. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.