ECLI:NL:CRVB:2018:2978
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken adresgegevens
Verzoeker ontving bijstand op grond van de Participatiewet, die door het college van burgemeester en wethouders van Zwolle werd ingetrokken per 1 november 2016. Tevens werd een terugvordering van bijstandskosten en een boete opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard door het college. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit eveneens ongegrond. Verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening aan de hand van de vereisten uit de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeker had echter geen geldig adres opgegeven in het verzoekschrift, en nadat de griffier hem hierom had verzocht, gaf verzoeker een adres op dat niet correct was. Nadere correspondentie wees uit dat verzoeker geen ander postadres had en dat hij volgens de basisregistratie personen was geëmigreerd naar een onbekend adres in Oostenrijk.
De griffier verzocht verzoeker nogmaals om zijn adresgegevens door te geven met de waarschuwing dat bij uitblijven van reactie het verzoek niet inhoudelijk zou worden behandeld. Verzoeker liet deze termijn voorbijgaan. Gezien het ontbreken van een geldig adres en het niet herstellen van dit verzuim, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk en deed buiten zitting uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig doorgeven van het adres.