ECLI:NL:CRVB:2018:3071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen beslissing op verzet in ambtenarenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de korpschef van politie een besluit genomen over de plaatsing van appellant. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de korpschef ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het beroep van appellant door de rechtbank Gelderland niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant niet tijdig de gronden van het beroep had ingediend, ondanks een schriftelijke termijnstelling.
Appellant maakte verzet tegen deze niet-ontvankelijkheidsuitspraak, maar de rechtbank verklaarde het verzet ongegrond. Appellant stelde zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en dat het verzet onterecht was afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de aangevallen uitspraak een beslissing op het verzet is waartegen op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb geen hoger beroep openstaat. Er is geen sprake van een ernstige schending van fundamentele rechtsbeginselen die een uitzondering op het appelverbod zou rechtvaardigen. De Raad verklaart zich daarom onbevoegd het hoger beroep te behandelen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans en uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen wegens appelverbod op beslissing op verzet.