ECLI:NL:CRVB:2018:3131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gewerkte uren en loon
Appellant ontving bijstand en had daarnaast inkomen uit arbeid, dat op de bijstand in mindering werd gebracht. Na een heronderzoek vroeg het college om bewijsstukken over de gewerkte uren en het ontvangen loon, maar appellant verstrekte deze niet volledig.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten van bijstand terug, omdat appellant niet kon aantonen over welke middelen hij beschikte. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het besluit tot intrekking gebrekkig was gemotiveerd, waarna het college het besluit aanpaste.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan, maar de Raad oordeelde dat de verstrekte arbeidsovereenkomsten, loonstroken en urenoverzichten niet overeenstemden en onvoldoende verifieerbaar waren. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen.
De Raad bevestigde dat de intrekking en terugvordering terecht zijn en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over gewerkte uren en loon.