ECLI:NL:CRVB:2018:3225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering persoonsgebonden budget AWBZ
Het zorgkantoor heeft aan appellant voor 2014 een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend van €41.145,05 netto. Na controle van de besteding, waarbij declaraties en betalingen niet goed te herleiden waren, stelde het zorgkantoor het pgb bij besluit van 30 december 2015 vast op €22.664,33 met een terugvordering van €18.480,72.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling en overlegd stukken zoals bankafschriften, zorgovereenkomsten en loonstroken. Na beoordeling herzag het zorgkantoor het besluit op 16 december 2016 en stelde het pgb vast op €24.134,29 met een terugvordering van €17.010,76.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen het herzieningsbesluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat geen strijd was met het verbod van reformatio in peius en dat appellant niet onevenredig werd getroffen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt het besluit van de rechtbank. De Raad benadrukt dat het pgb als totaalbedrag voor zorgfuncties wordt verleend en dat bij de heroverweging alle relevante stukken mochten worden betrokken. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van het pgb wordt bevestigd.