ECLI:NL:CRVB:2018:3227
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald en het hogerberoepschrift te laat was ingediend.
Appellant heeft hiertegen verzet aangetekend, waarbij is gebleken dat hij met een brief van 5 maart 2018 het hoger beroep wilde intrekken. De Raad verklaart het verzet gegrond en vervalt daarmee de eerdere niet-ontvankelijkverklaring. Het hoger beroep wordt beschouwd als ingetrokken.
Daarnaast heeft appellant aangegeven een verzoek tot herziening te willen indienen tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Holland uit 2014. De Raad zal de relevante stukken doorsturen voor verdere behandeling. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 oktober 2018.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt als ingetrokken beschouwd.