ECLI:NL:CRVB:2018:3277

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 oktober 2018
Publicatiedatum
23 oktober 2018
Zaaknummer
17/6668 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verschoonbare termijnoverschrijding bij hoger beroep in AOW-zaken

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift. Appellant stelde vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en gaf aan dat medische redenen hem verhinderden zijn belangen tijdig te behartigen.

Tijdens de zitting van 7 september 2018, waar appellant aanwezig was en de Sociale verzekeringsbank zich niet liet vertegenwoordigen, werd het verzet behandeld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde op basis van de medische onderbouwing en hetgeen ter zitting is besproken dat appellant niet in staat was om tijdig hoger beroep in te stellen of een zaakwaarnemer te regelen.

De Raad concludeerde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is en verklaarde het verzet gegrond. Hierdoor vervalt de eerdere uitspraak van 1 december 2017 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan appellant.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard wegens verschoonbare termijnoverschrijding, waardoor het hoger beroep wordt voortgezet.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 oktober 2018
17/6668 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 augustus 2017, 17/2421 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 1 december 2017 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 7 september 2018. Appellant is verschenen. De Svb heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 1 december 2017 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellant te kennen gegeven dat hij op grond van medische redenen niet in staat is geweest zijn belangen te behartigen en tijdig hoger beroep in te stellen.
Uit de medische onderbouwing in verzet en het verhandelde ter zitting is gebleken van het onvermogen van appellant om in de hier van belang zijnde periode zelf tijdig hoger beroep in te stellen dan wel een zaakwaarnemer te regelen om zijn belangen te behartigen. De Raad is van oordeel dat de overschrijding van de hogerberoepstermijn in dit geval verschoonbaar is.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
1 december 2017 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) C.A.E. Bon

IJ