ECLI:NL:CRVB:2018:3277
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verschoonbare termijnoverschrijding bij hoger beroep in AOW-zaken
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift. Appellant stelde vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en gaf aan dat medische redenen hem verhinderden zijn belangen tijdig te behartigen.
Tijdens de zitting van 7 september 2018, waar appellant aanwezig was en de Sociale verzekeringsbank zich niet liet vertegenwoordigen, werd het verzet behandeld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde op basis van de medische onderbouwing en hetgeen ter zitting is besproken dat appellant niet in staat was om tijdig hoger beroep in te stellen of een zaakwaarnemer te regelen.
De Raad concludeerde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is en verklaarde het verzet gegrond. Hierdoor vervalt de eerdere uitspraak van 1 december 2017 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan appellant.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard wegens verschoonbare termijnoverschrijding, waardoor het hoger beroep wordt voortgezet.