ECLI:NL:CRVB:2018:3279
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant voerde betalingsonmacht aan, maar dit beroep werd afgewezen op grond van de overgelegde stukken.
Appellant stelde verzet in tegen de niet-ontvankelijkverklaring en gaf aan wel in aanmerking te komen voor vermindering of kwijtschelding van het griffierecht. Deze stelling werd echter niet onderbouwd met nieuwe feiten of omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen gronden had aangevoerd om het verzuim te weerleggen en bevestigde dat het beroep op betalingsonmacht terecht was afgewezen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 oktober 2018.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.