ECLI:NL:CRVB:2018:3283
Centrale Raad van Beroep
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand vóór datum melding zonder bijzondere omstandigheden
Appellanten hebben zich op 6 juni 2016 gemeld voor een aanvraag bijstand volgens de Participatiewet en op 20 juni 2016 een aanvraag ingediend met een gewenste ingangsdatum van 15 april 2016. Het college kende bij besluit van 28 juni 2016 bijstand toe vanaf 6 juni 2016. Een bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard omdat geen bijzondere omstandigheden bestonden om bijstand terugwerkend toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Appellanten stelden dat zij zich op 5 april 2016 bij Burgerzaken hadden gemeld maar werden gewezen op het ontbreken van een burgerservicenummer (BSN), waardoor zij geen bijstand konden aanvragen.
De Raad oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij zich daadwerkelijk eerder dan 6 juni 2016 hebben gemeld. Er waren geen objectieve of verifieerbare gegevens van het gesprek op 5 april 2016. Ook is niet gebleken dat appellanten feitelijk werden verhinderd een aanvraag te doen, aangezien ook zonder DigiD en BSN digitaal een melding kan worden geregistreerd als onvolledige aanvraag.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; geen bijstand met terugwerkende kracht zonder bijzondere omstandigheden.