ECLI:NL:CRVB:2018:3300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm op bijstand bij inwonende meerderjarige zoon met eigen bijstand
Appellante ontvangt bijstand als alleenstaande, terwijl haar meerderjarige zoon die bij haar woont eveneens bijstand ontvangt. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam paste de kostendelersnorm toe, waardoor de bijstand van appellante werd verlaagd tot 50% van de gehuwdennorm en een terugvordering werd ingesteld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de toepassing van de kostendelersnorm haar eigendomsrecht schendt en dat het CBS-rapport waarop de wetgever zich baseert onvoldoende onderbouwing biedt voor de verlaging. De Raad oordeelde dat de wetgever een legitieme doelstelling nastreeft met de kostendelersnorm, namelijk het waarborgen van de houdbaarheid van de bijstand, en dat het CBS-rapport slechts een ondersteunende gedachte geeft over schaalvoordelen.
De Raad verwierp het beroep van appellante dat de maatregel disproportioneel zou zijn, mede omdat dit niet onderbouwd was. De terugvordering werd niet afzonderlijk betwist. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep af.