ECLI:NL:CRVB:2018:3302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking aan onderzoek arbeidsmogelijkheden
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en werd uitgenodigd voor gesprekken met een consulent van de gemeente Maastricht om zijn arbeidsmogelijkheden te onderzoeken. Op 21 oktober 2015 verscheen appellant wel, maar weigerde mee te werken aan het gesprek door niet in de spreekkamer te willen komen. Hierdoor kon het onderzoek niet plaatsvinden.
Het college van burgemeester en wethouders heeft daarop de bijstand van appellant met ingang van 1 oktober 2015 verlaagd met 100%, verdeeld over drie maanden. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard door de rechtbank Limburg. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat hij was vrijgesteld van arbeidsinschakeling en dat het niet doorgaan van het gesprek niet aan hem te wijten was.
De Raad oordeelt dat appellant niet is vrijgesteld van arbeidsinschakeling en dat zijn weigering om het gesprek in de spreekkamer te voeren de reden is dat het onderzoek niet kon plaatsvinden. De verlaging van de bijstand is daarom terecht. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens onvoldoende medewerking aan het onderzoek naar arbeidsmogelijkheden wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.