Uitspraak
13.3276 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan appellant van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 2.500,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellant is door het UWV in aanmerking gebracht voor een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 77,9%, terwijl een IVA-uitkering is geweigerd. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat zijn beperkingen en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had gedaan en dat de functieniveaus passend waren bij het opleidingsniveau van appellant, dat op niveau 2 werd vastgesteld op basis van zijn Marokkaanse onderwijs en Nederlandse werkervaring. De Raad onderschrijft dit oordeel volledig en constateert dat appellant geen nieuwe feiten heeft ingebracht in hoger beroep.
Daarnaast heeft appellant een verzoek ingediend tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De Raad stelt vast dat de totale procedure langer dan vier jaar heeft geduurd zonder gegronde reden en kent daarom een vergoeding van € 2.500,- toe, te betalen door de Staat. De proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 2.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.