Uitspraak
16.6372 WAO
OVERWEGINGEN
Voor een veroordeling van het Uwv in de proceskosten van appellant is geen aanleiding.
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig inpakker die sinds 1993 in Marokko woont, diende herhaaldelijk een aanvraag in voor een WAO-uitkering vanwege vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het Uwv wees deze aanvragen af, omdat appellant minder dan de vereiste mate arbeidsongeschikt was en geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische verklaringen betrekking hadden op recente knieklachten en niet op de oorspronkelijke beoordelingsdatum in 1993. Tevens werd geoordeeld dat de aanvraag voor toekomstige aanspraken onvoldoende was gemotiveerd.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad stelde dat het bestuursorgaan zich terecht en zorgvuldig had opgesteld en dat het besluit niet evident onredelijk was. De medische verklaringen boden geen onderbouwing voor toegenomen arbeidsongeschiktheid in de relevante periode, en ook het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
De Raad concludeerde dat het beroep van appellant geen doel treft en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee de herhaalde aanvraag en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: De herhaalde WAO-aanvraag van appellant wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden en het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.