ECLI:NL:CRVB:2018:3316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige beoordeling van lichamelijke en psychische klachten
Appellant viel sinds juni 2009 uit wegens lichamelijke en psychische klachten en ontving aanvankelijk geen WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. In 2015 meldde appellant zich toegenomen arbeidsongeschikt, waarna het UWV een loongerelateerde WGA-uitkering toekende voor een periode, maar deze vervolgens beëindigde omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende rekening was gehouden met de klachten. Ook was gemotiveerd waarom de geselecteerde functies passend waren en de belastbaarheid niet werd overschreden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch oordeel onjuist was en dat de klachten ernstiger waren, met overschrijdingen in de geselecteerde functies. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en onderschreef de rechtbank. De FML hield rekening met zowel lichamelijke als psychische klachten, inclusief beperkingen in lopen, gebaseerd op medische rapporten van neuroloog en neurochirurg.
De Raad concludeerde dat de belasting in de geselecteerde functies de vastgestelde belastbaarheid niet overschrijdt, ook niet bij een samenstel van signaleringen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling van het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering en wijst het hoger beroep van appellant af.